De Cock… mijn favoriet #1

Zou ik alle delen van de De Cock-serie van Appie Baantjer hebben gelezen? Misschien niet, maar de meeste wel, en sommige delen twee keer. Net als ieder ander heb ik mijn voorkeuren. Ik ga op mijn blog stilstaan bij mijn favorieten in de serie, met hulp van Jan van den Boogaart, die van mijn tekst vloeiend Nederlands maakt. Ik begin met…

De Cock en de dansende dood (deel 13)

Openingszinnen: “Het was een zwoele midzomeravond in Amsterdam. De hitte van de dag kleefde nog aan de gevels van de oude binnenstad. Gehuld in vreemde keelklanken, trok een eindeloze stoet toeristen over het brede trottoir van het Damrak.”

Dit verhaal is door de jaren heen bij mij blijven hangen en ik heb het pas opnieuw gelezen. Weer raakte ik, net als De Cock, in de ban van het lange, zwartharige meisje dat bij het monument op de Dam danst en dan de grijze speurder volgt naar het aloude politiebureau aan de Warmoesstraat. “Ze stond in de deuropening. Hij zag nu voor het eerst dat ze blauwe ogen had en dat haar lippen iets waren aangezet in bleekroze. Paarse glitterstipjes lagen op haar wangen en voorhoofd. Het gaf aan haar gezicht een oosters tintje. Hij zette de zware rugzak neer en keek haar opnieuw aan. Hij schatte haar op twintig, tweeëntwintig jaar, maar besefte tegelijk dat het ongeregelde hippieleven de meisjes er vaak ouder deed uitzien, dan ze in werkelijkheid waren.”

Zij heet Marianne van Buuren en vertelt een bijzonder verhaal. Ze wil een graf. Een graf voor Colette. De mysterieuze Marianne is een girl die “under your skin” komt, en ook De Cock ervaart het zo. Het mysterieuze verhaal houdt mij tot het einde in de ban. Ik vind het een knap geschreven deel in de De Cock-serie.